Selectiviteit in de meterkast: wat is het en waar dient het voor?

Hoe zit het met de regels voor selectiviteit en omvormers voor zonnepanelen?

Selectiviteit in de meterkast: wat is het en waar dient het voor?

Hoe zit het met de regels voor selectiviteit en omvormers voor zonnepanelen?

De regels voor selectiviteit zijn bepalend voor de grootte van de omvormer of omvormers die u aan uw meterkast aansluit. Waarom moeten we hierop letten, en waar zijn die regels eigenlijk voor?

Het is een bekende term voor elektriciens: selectiviteit. Installatie-automaten (of: stoppen in de meterkast) moeten stroomafwaarts selectief zijn ten opzichte van elkaar. Maar wat houdt dat nou precies in?

Zoeken in het donker

niet-selectief netwerk


Een systeem is selectief wanneer het zo is ingericht dat bijvoorbeeld een kortsluiting ergens ertoe leidt dat alléén de groep waar de kortsluiting plaatsvindt, uitgeschakeld wordt, terwijl de andere groepen geen hinder ondervinden. Het doel is om te zorgen dat bij een kortsluiting niet meteen het hele huis zonder stroom komt te zitten. Als bijvoorbeeld het broodrooster in de keuken ’s avonds na zonsondergang een kortsluiting heeft, wilt u niet dat dan het hele huis in het donker zit terwijl u wanhopig alle apparaten naloopt om te zien waar de storing toch vandaan komt.

selectief netwerk

 

Van 40 naar 25 naar 16

Het stroomnet in een huis is daarom ingericht met de grootste zekering aan het begin: de hoofdzekering. Deze heeft in nieuwe huizen vaak een waarde  3 x 25 Ampère (d.w.z.: er komen drie fasen binnen, en wanneer de stroom op één of meerder fasen de 25 Ampère overschrijdt, dan klapt de hoofdzekering eruit). In de meterkast wordt de stroom verdeeld over alle groepen in huis, bijvoorbeeld de keuken, de woonkamer, de schuur etc. Deze groepen zijn meestal éénfasig en zijn afgezekerd op 16 Ampère. De stap van 25 naar 16 Ampère wordt beschouwd als voldoende groot om te voorkomen dat per ongeluk tòch de hoofdzekering klapt. (Wanneer bijvoorbeeld alle groepen in de meterkast op 22 Ampère zouden zijn afgezekerd achter een hoofdzekering van 25 Ampère, dan zou in sommige gevallen de hoofdzekering toch eerder kunnen omslaan dan de groepzekering, omdat er altijd een bepaalde onnauwkeurigheid en traagheid zit in de zekeringen zelf.) Daarom hanteren elektriciens de richtlijn dat voor elke stap stroomafwaarts de zekering ongeveer 1,6 x kleiner is dan de voorafgaande. In de praktijk gaat dat vaak zo: van 40 A naar 25 A naar 16 A.

Omvormers van 3,6 kW

Voor installaties van zonnepanelen betekent dit dat de hoofdzekering bepalend is voor het maximale vermogen van de omvormer of omvormers die geplaatst kunnen worden. Wanneer uw huis een hoofdzekering van 25 Ampère heeft, dan wordt de omvormer achter een groep van 16 Ampère geplaatst. De omvormer mag dan nooit zelf méér dan 16 A aan stroom produceren, want anders klapt de zekering eruit. De zekering weet namelijk niet of de stroom de ene of de andere kant op stroomt: De zekering klapt zodra hij meet dat er méér dan 16 Ampère stroom doorheen gaat, ongeacht in welke richting. Bij de Nederlandse netspanning van 230 Volt, komt dit neer op 16A x 230V = 3680 Watt. Vandaar dat er zoveel typen omvormer bestaan die precies tegen die grootte aan liggen: de SolarEdge 3680HD, de SMA Sunny Boy 3.6, en de Zeverlution 3680.

De regels van de NEN1010

Sommige installateurs beweren dat de selectiviteitsregel niet geldt voor zonnepanelen. Immers, de omvormers van de zonnepanelen nemen geen stroom àf zoals de andere toestellen in huis, ze voeren juist stroom ìn. Daarom zouden ze in een huis met een 25 Ampère hoofdaansluiting best een omvormer neerzetten die meer dan 16 A invoert, zoals de éénfasige Sunny Boy 5.0 die tot 22 Ampère geeft.

Dit klopt echter niet: De omvormer is een elektrisch apparaat net zoals de wasmachine, de koelkast en alle andere, en kan daarom in principe best zelf ook een kortsluiting krijgen. Ook de kabel die naar de omvormer loopt vanaf de meterkast, kan best een probleem krijgen. Daarom staat in de NEN1010 ook specifiek dat de omvormer voor wat betreft de beveiliging wordt beschouwd als een verbruiker van stroom, ook al is hij dat eigenlijk niet. En daarom moet de zekering van de omvormer ook selectief zijn ten opzichte van de hoofdzekering.

Een voorbeeld

1 grote omvormer gaat niet

Dit heeft wel bepaalde consequenties voor de omvormer die u in huis haalt. Een voorbeeld: U heeft een klein één-fase netwerk met een hoofdaansluiting van 1 x 25 Ampère. Volgens de regels van de selectiviteit wordt de omvormer geplaatst achter een 16 Ampère groep. De omvormer mag dus nooit méér dan 16 Ampère produceren, anders schakelt de groep onbedoeld uit. Dat betekent dat één omvormer nooit meer dan 3680 Watt kan produceren.

Voor de hoofdzekering zou u best wat méér kunnen plaatsen. De hoofdzekering is 25 Ampère, dus een berekening leert dat u maximaal 25A x 230V = 5750 Watt zou kunnen terugleveren. Laten we zeggen dat u graag een systeem zou hebben dat maximaal 5 kW kan produceren: Hoe krijgt u dat aangesloten?

2 kleine omvormers kan wel

 

Eén omvormer van 5 kW, dat gaat helaas niet: Als u die achter een 16 Ampère groep zou plaatsen, zou de groep er op de eerste mooie dag uitklappen. Maar wat wèl kan, is twee omvormers plaatsen van 2,5 kW ieder. Deze zijn allebei afgezekerd op hun eigen groep van 16 Ampère, waardoor ze voldoen aan de regels van de selectiviteit.

De consequenties van de selectiviteitsregels zijn in dit geval dus: twee omvormers in plaats van één, met twee kabels en twee installatie-automaten. Het is iets duurder, maar zo voldoet u in elk geval wel aan de regels voor een veilige meterkast.

Er zijn nog veel andere combinaties denkbaar voor specifieke gevallen. De Zonnefabriek adviseert u graag bij de mogelijkheden voor uw eigen huis.